Eureka(ka)! Protos bouwde slibverwerkingsstation in Toamasina

Constructie van 1 van de 6 tanks in het behandelingsstation © Protos

MADAGASKAR – In Toamasina werkt Protos samen met de ngo Practica en de stad aan een ruimingsdienst met een behandelingsstation voor opgehaald slib. Voor het ruimen van latrines werd een tijdje geleden al een proefproject opgestart. Intussen zijn ook de eerste 6 tanks van het behandelingsstation klaar en wordt het station voorbereid op gebruik. Binnenkort is het station klaar om het fecaal slib van één tiende van de bevolking van Toamasina - totaal: 260.000 mensen - te behandelen. Wanneer extra budget gevonden wordt, zullen extra behandelingstanks bijgebouwd worden, zodat het fecaal materiaal van de hele stad er behandeld kan worden.

Uniek project

Het belang van zo'n ruimingsdienst en behandelingsstation? De stad Toamasina telt slechts twee riolen. De inhoud ervan wordt in de zee geloosd zonder enige behandeling. Er wordt dus voornamelijk gebruik gemaakt van latrines. Het vloeibare gedeelte van de excreta infiltreert in de grond en tast zo het oppervlaktewater aan, dat door ongeveer 60% van de bevolking wordt gebruikt. Een ander terugkerend probleem voor de volksgezondheid is dat bij overstromingen, de latrines overlopen. Het is dus belangrijk de latrines correct te ledigen en het fecaal materiaal te behandelen/zuiveren in plaats van het zomaar te dumpen of in de grond te laten trekken.

Het project is behoorlijk uniek in de Protos-stal. Binnen de sector 'sanitatie' werken we met onze lokale partners immers vooral aan gedragsverandering (het promoten van hygiënische gewoonten zoals het systematisch gebruiken van een latrine, en handen wassen). Soms bouwen we latrines, maar vaak proberen we de vraag naar sanitaire voorzieningen in gemeenschappen te stimuleren en lokale bedrijfjes te ondersteunen om die vraag te beantwoorden. Het is de eerste keer dat Protos meewerkt aan een behandelingsstation voor fecaal slib. 

Ecologische werking

Hoe werkt het behandelingsstation? Nadat het slib uit de latrines wordt geschept en gepompt (zie hier voor een filmpje), wordt het in vaten naar het behandelingsstation gebracht. Dat station bestaat uit 6 grote tanks waarin het slib op natuurlijke wijze verwerkt zal worden door riet: het water in het slib verdampt enerzijds door evapotranspiratie (gewas- en bodemverdamping), en anderzijds wordt het door de rietwortels en het filterbed gezuiverd waarna het restwater naar een grote lagune wordt geleid, waar het door een zandlaag in de grond sijpelt.

Het riet is geplant in een minerale ondergrond van zand, grind en ballast – het filterbed – en de specifieke rietsoort (‘Echinochloa’) is gekozen omwille van de bijzondere vorm van het wortelstelsel dat voorkomt dat het filterbed verstopt. En waar voldoende zuurstof is, kunnen aerobe bacteriën immers goed hun werk doen. Zij breken het organisch materiaal af tot het kan worden opgenomen door het riet. Wat overblijft is een soort humus die mogelijk – na kwaliteitscontrole – op het land kan worden gebruikt. De tanks worden afwisselend gebruikt: 4 bassins zullen ‘in werking’ zijn, terwijl de andere 2 ‘in rust’ zijn. Na enige tijd wordt de humus uit de tanks ‘in rust’ geschept.

Pre-opstartfase

Tijdens de pre-opstartfase zullen gedurende 6 maanden 2 tanks gebruikt worden met elk 700 rietplanten. De tanks worden eerst onder water gezet, zodat het riet kan groeien en de hele oppervlakte van de tank kan bedekken. Als de planten geacclimatiseerd zijn wordt water toegevoegd, vermengd met fecaal slib (zeer verdund). Het toevoegen van verdund slib gebeurt 2 keer per week. Als de rietplanten groen blijven, dan zijn ze gezond en worden de bassins gedraineerd via een buizenstelsel op de bodem. Daarna wordt het fecaal slib in steeds grotere hoeveelheden toegevoegd.

Tijdens de eerste 5 maanden wordt de verhouding slib/water stelselmatig opgevoerd, hierbij de groei van de planten nauwlettend in het oog houdend. Te veel slib kan ertoe leiden dat jonge planten verstikken, te veel water belemmert de groei. Eens de maximale belasting bereikt is, kunnen de tanks 3 jaar blijven werken. Daarna moeten ze een jaar ‘in rust’ gaan en schoongemaakt worden voor ze opnieuw gebruikt kunnen worden. 

Elke tank is voorzien van drainagepijpen en wordt gevuld met grind en zand © Protos

De 6 tanks van het behandelingsstation © Protos

Rietplanten in het zandbed © Protos

Fecaal slib, sterk verdund met water, wordt in de tank gelost om hem voor te bereiden op ingebruikname © Protos