COP21: hoera, er is een klimaatakkoord!

Van links naar rechts: Christiana Figueres (UNFCCC), Secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon, conferentievoorzitter Laurent Fabius en Frans president François Hollande. © UN Photo/Mark Garten

De COP21 is afgelopen. Op 12 december eindigden de onderhandelingen in een bindend klimaatakkoord en een niet-bindende bijlage. De deelnemers zullen zich inspannen om de opwarming van de aarde te beperken met 2°C. Meer nog, er zal gestreefd worden naar een maximale opwarming van 1,5°C. Het unieke karakter van het akkoord is dat voor het eerst alle landen zich engageren.

Het klimaatakkoord is slechts een aanzet, want nu is het aan de nationale overheden om hun klimaatplannen bij te stellen en uit te voeren. De som van de momenteel ingediende nationale plannen leidt ons naar ongeveer 2,7°C opwarming, en dat is niet aanvaardbaar. Die plannen zullen om de vijf jaar geëvalueerd en bijgestuurd worden. De verschillende nationale plannen zullen dus allen voldoende ambitieus gemaakt moeten worden, wil de wereld de gezamenlijke doelstelling halen.

Vanaf 2020 zal jaarlijks 100 miljard dollar worden vrijgemaakt voor klimaatfinanciering. Dat budget moet kwetsbare landen in staat stellen zich aan te passen aan de impact van de klimaatverandering, of hun uitstoot te verminderen. De inzameling van dit budget komt niet enkel op het conto van de ontwikkelde landen. Ook van de groeilanden wordt een bijdrage verwacht. Dat is zeker een opmerkelijke nieuwigheid. In het akkoord is bovendien een sectie opgenomen rond 'Loss and damage'. Dankzij dit verzekeringsmechanisme kunnen landen die economische schade lijden onder de klimaatverandering een beroep doen op financiële steun.

De onderhandelaars focusten zich in hoofdzaak op één probleem: het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Hiermee komen ze tegemoet aan de kritiek op het Kyoto-protocol, dat niet ver genoeg ging in CO2-reductie. Tegen 2050 moet de hoeveelheid uitstoot in balans zijn met het vermogen van de natuur om de broeikasgassen te absorberen. Het einde van het tijdperk van de fossiele brandstoffen lijkt nu écht dichtbij te komen. Het pad voor een échte omschakeling naar hernieuwbare energie lijkt geëffend.

Het akkoord moet nog geratificeerd worden in april, en zal van kracht worden in 2020, het jaar waarin het Kyoto-protocol eindigt. Hoewel secretaris-generaal Ban Ki-moon het over een historisch akkoord had, zijn er toch wat kritische noten te formuleren. Zo wordt er bijvoorbeeld over de impact van klimaatverandering op de watervoorraden niet gesproken. Het woord ‘water’ komt letterlijk nul keer voor in het akkoord. En hoewel er zeker de intentie is om de verbranding van fossiele brandstoffen sterk te verminderen, is er nog nergens sprake van een concrete deadline voor een complete ban. En voor de verdeling van de klimaatfinanciering zijn er nog geen harde afspraken gemaakt, noch tussen de ontwikkelde landen en de groeilanden, noch tussen de ontwikkelde landen onderling.

Het akkoord van Parijs is niet het einde, het is een hoopvol begin van een nieuw tijdperk. Het biedt ook kansen voor het welslagen van de SDG-agenda, de set van 17 doelen voor duurzame ontwikkeling die de VN-lidstaten in september goedkeurden.