De Millenniumdoelstellingen en water: stand van zaken

© JMP

De Millenniumdoelstellingen werden vastgelegd in het jaar 2000 en lopen eind 2015 af. In MDG 7 werd vooropgesteld om het aandeel mensen dat in 1990 geen toegang had tot drinkbaar water te verminderen met de helft tegen 2015. Ook het deel van de wereldbevolking dat in 1990 niet over degelijke sanitaire voorzieningen beschikte, zou tegen 2015 worden gehalveerd.

De vooruitgang die sinds 1990 geboekt wordt, wordt gemonitord door het Joint Monitoring Programme (JMP) van de Wereldgezondheidsorganisatie en UNICEF. Onlangs publiceerde het JMP een nieuw rapport over de stand van zaken.

Drinkwater

Het Millenniumdoel voor drinkwater werd reeds bereikt in 2010. Vandaag heeft 91% van de wereldbevolking toegang tot drinkbaar water, dat zijn 2,6 miljard mensen meer dan in 1990. 96% van de stedelijke bevolking beschikt over drinkwater in de nabijheid, tegenover 84% op het platteland, maar deze kloof is wel aan het verkleinen. Er blijft wel nog heel wat werk voor de boeg: in 2015 zijn er nog steeds 663 miljoen mensen die dit basisrecht ontbreken.

© JMP

De globale cijfers maskeren natuurlijk grote regionale verschillen. Terwijl de ontwikkelde landen hun bevolking zo goed als volledig kunnen voorzien van drinkwater, is dit helemaal anders in bijvoorbeeld de landen ten zuiden van de Sahara en in Zuid- en Oost-Azië.

De 48 minst ontwikkelde landen vertonen de laagste scores en het zijn vooral de landen met een snelle populatiegroei en een zwakke economische basis die het moeilijk hebben. Vandaag zijn er nog slechts 3 landen waar het aandeel mensen zonder drinkwater onder de 50% ligt, terwijl dit er in 1990 nog 23 waren.

De geboekte vooruitgang toont zich voornamelijk in het aantal aangelegde drinkwaterleidingen naar gebouwen en huizen. Vooral in Oost-Azië bleek er hier een steile opmars, met een groei van 44%, al is deze groei bijna volledig toe te schrijven aan China.

159 miljoen mensen drinken oppervlaktewater (water uit irrigatiekanalen, rivieren, meren...) om hun dorst te lessen. Van alle mensen zonder veilig drinkbaar water lopen zij het grootste gezondheidsrisico. 70% van deze mensen woont in Sub-Saharisch Afrika.

Sanitaire voorzieningen

In tegenstelling tot het Millenniumdoel voor drinkwater, werd de doelstelling voor sanitaire voorzieningen niet gehaald. Vandaag beschikt 68% van de wereldbevolking over hygiënische sanitaire voorzieningen, terwijl dit er 9 procentpunten ofwel 700 miljoen mensen meer moesten zijn om het vooropgestelde doel te halen. Één op drie mensen beschikt vandaag niet over een proper toilet.

© JMP

Het verschil tussen de stedelijke en rurale populatie is nog groter dan voor drinkwater: respectievelijk 82% en 51% beschikt over degelijk sanitair. Ook hier hinken de minst ontwikkelde regio’s achterop. Van de 2,4 miljard mensen die geen gebruik kunnen maken van degelijk sanitair woont ruwweg 80% in drie regio’s: Sub-Saharisch Afrika, Zuid-Azië en Oost-Azië.

In de meeste regio’s werd vooruitgang geboekt, maar in Oceanië lijkt de situatie te stagneren. Opmerkelijk was het verschil in groei tussen Oost-Azië (25%) en Sub-Saharisch Afrika (6%), die beiden in 1990 een even slecht rapport hadden.

Naar schatting 638 miljoen mensen delen een sanitaire voorziening. Dit gebeurt hoofzakelijk in Sub-Saharisch Afrika en Zuid-Azië. Het delen van sanitair gebeurt in de eerste plaats in steden.

Het grote merendeel van de mensen in Zuid-Azië die geen hygiënisch toilet hebben, doet zijn behoefte nog in de openlucht. Dit is anders in Sub-Saharisch Afrika (33%) en Oceanië (18%). Tijdens de periode van de Millenniumdoelstellingen werd het uitbannen van open defecatie erkend als een topprioriteit om de gezondheid van bevolkingen te verbeteren. Ethiopië legt de beste resultaten voor: in 1990 deed nog 92% zijn behoefte in de openlucht, in 2015 was dat gedaald naar 29%. Wereldwijd doen naar schatting 946 miljoen mensen hun behoefte in de openlucht. Hiervan woont 2/3 in Zuid-Azië.

Een overzicht van de stand van zaken in de 9 Protos-landen:

© JMP

© JMP