Klimaatfinanciering en waterzekerheid. Kansen voor verhoogde WASH-financiering?

De link tussen klimaatverandering en water is al langer duidelijk. Veranderende patronen van regenval en smeltende sneeuw en ijs veranderen de zoetwatersystemen, waardoor de kwaliteit en kwantiteit van voorradig water in vele regio’s wijzigt. Zowel droogte als overstromingen dreigen meer voor te komen en ook kustsystemen zullen beïnvloed worden. De negatieve effecten van klimaatverandering zullen in ontwikkelingslanden extra voelbaar zijn door bevolkingsgroei en economische ontwikkeling. De waterzekerheid van deze gemeenschappen is dan ook een cruciale component in de aanpassing aan klimaatverandering.

Het is daarom noodzakelijk dat een significant aandeel van de internationale klimaatfinanciering gericht is op de verhoging van waterzekerheid, en dat binnen deze projecten de basisnoden van mensen in armoede, met name hun toegang tot drinkwater en sanitaire voorzieningen, prioritair zijn. 

Tot nu toe lagen de prioriteiten van de internationale gemeenschap echter niet substantieel bij waterzekerheid of WASH. Ontwikkelde landen beloofden 30 miljard dollar vrij te maken tussen 2010 en 2012, en tegen 2020 samen 100 miljard dollar per jaar te voorzien, om te beantwoorden aan de belangrijkste aanpassings- en matigingsnoden (adaptation & mitigation) van ontwikkelingslanden. Vandaag gaat echter het grootste deel van de klimaatfinanciering naar initiatieven die de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Adaptatieprojecten, waaronder ook watergerelateerde projecten vallen, hebben tot nu toe relatief weinig aandacht gekregen. Anderzijds gebruikt de watersector de fondsen voor aanpassing aan klimaatverandering ook niet ten volle.

In een studie van WaterAid werd het complexe en steeds bewegende landschap van klimaatfinanciering in relatie tot waterzekerheid, in detail onderzocht. Via landelijke case studies (Bangladesh, Ethiopië en Zambia), en een analyse van nationale en subnationale programma’s en projecten en hun relatie met lokale waterzekerheid, werden verschillende types, schalen en manieren van projectfinanciering geïdentificeerd, alsook de opportuniteiten voor klimaatfinanciering in de toekomst. De resultaten zullen gebruikt worden in de ontwikkeling van beleidsinstrumenten, nodig voor een betere integratie van waterzekerheid en WASH in aanpassingsprogramma’s, waarbij een groter aandeel van klimaatfinanciering zou gaan naar het reduceren van watergerelateerde kwetsbaarheid van mensen in armoede. Dit zijn veelal de mensen die het meest kwetsbaar zijn voor de impact van de klimaatverandering.

Het onderzoek wijst uit dat de effectiviteit van nationale instituties en de prominentie van waterzekerheid in het beleid nauw verbonden zijn met het aantal en de schaal van projecten inzake waterzekerheid. Een gebrekkige coördinatie van de watersector, gefragmenteerde verantwoordelijkheden, en onbestaande of ongeïmplementeerde kaders voor waterzekerheid maken het voor overheden moeilijk om coherente, grootschalige en doeltreffende projectvoorstellen te ontwikkelen. Daarnaast is het voor overheden aan de vraagzijde ook vaak moeilijk om transparantie te vinden in de complexe en steeds evoluerende structuur van internationale klimaatfinanciering. Wat de minst ontwikkelde landen betreft is er zeker een rol weggelegd voor internationale organisaties, met name in het versterken van de capaciteiten om klimaatfinanciering strategisch en doelmatig te plannen, er toegang toe te vinden en de financiering te monitoren en erover te rapporteren, op een manier die volledig geïntegreerd kan zijn binnen nationale ontwikkelingsprioriteiten. Daarnaast moet waterzekerheid ook dringend geïdentificeerd worden als belangrijke investeringsprioriteit voor donoren (de expliciete erkenning en inclusie hiervan lijkt te zullen ontbreken in beslissingen rond financiering die in november 2015 genomen zullen worden door het Green Climate Fund).

Opdat een groter aandeel van de internationale klimaatfinanciering zou gaan naar het financieren van grote WASH-projecten is er van staatswege fundamenteel meer nood aan visie en consensus in plaats van fragmentatie, en aan concrete strategieën binnen het beleid van overheden. Hiertoe moeten de beleidsmakers, evenals de donors, de complexe link tussen klimaatverandering en waterzekerheid duidelijk kunnen inschatten. Een coherent en transparant begrip van deze relatie is dus essentieel, en dit voor alle stakeholders die betrokken zijn, zowel op het niveau van de overheden die beslissen over het beleid omtrent de fondsen en de concrete verdeling ervan, als op internationaal donorniveau.