Martin Heylen, ambassadeur voor Protos

Martin Heylen was journalist voor De Morgen en Humo, en is nu vooral actief als programmamaker bij Woestijnvis. Zijn laatste wapenfeiten zijn 'De bril van Martin' en 'Terug naar eigen land', twee programma's die de bijzonder actuele migratieproblematiek in beeld brengen. Martin is fan van ons werk. We zijn erg blij hem te mogen verwelkomen als ambassadeur voor Protos

"Ik heb iets met water. Overal ter wereld voel ik me aangetrokken tot de zee, rivieren, beken en meren... Van het Kivumeer in Rwanda tot de Victoriawatervallen in Zambia en de bevroren Ob in Siberië, van de onmetelijke Stille Oceaan tot de kreken in het Meetjesland: ik ben altijd geboeid geweest door wat erin leeft en hoe mensen ermee leven. Water is leven, 71 procent van onze planeet bestaat uit water, ons lichaam voor bijna twee derden, een embryo groeit in vruchtwater. Zonder water zijn we niks. Ik vind het dan ook een eer om ambassadeur te mogen zijn van Protos, een organisatie die zich inzet om in landen in ontwikkeling mensen aan drinkbaar water te helpen.

De kiem voor dit engagement is er gekomen toen ik in opdracht van het productiehuis Woestijnvis naar Kameroen reisde, om er een reportage te maken voor het televisieprogramma "Bal Mondial". De bedoeling was dat ik me vier weken onderdompelde in het leven van een huttendorp in de jungle, waar 300 dorpelingen enthousiast de prestaties van de nationale voetbalploeg in Japan en Zuid-Korea volgden op één aftands tv-toestel. Er was nog nooit een blanke in het dorp geweest. Mijn cameraploeg en ik werden met veel égards ontvangen. De dorpsoverste had een wit militair uniform aangetrokken, de dorpelingen zongen en dansten en van mij werd verwacht dat ik maisbier en lokale spijzen proefde en de mensen plechtig toesprak in naam van het Belgische volk. Zo gebeurde. Er was geen elektriciteit, alleen een oude generator die 's avonds even werd opgestart maar al snel weer uitviel, waarna we ons met kaarslicht en koplampen behielpen. Voor elke voetbalwedstrijd werd er tijdelijk een ingehuurde reservegenerator ingeschakeld en klommen behendige mannen in een hoge boom om een antenne aan een tak te knopen.

Water was er wél. In een hut aan de rand van het oerwoud konden wij ons om beurten wassen. Op de grond stonden drie gevulde plastieken teiltjes klaar, voor elk van ons één. Veel was het niet, maar na een lange reis door dit tropenland deed het deugd om het stof en het zweet af te spoelen. Je beseft pas hoe ingrijpend je leven verandert als er geen sanitair of stromend water is. Ook het toilet was gewoon een put in een hut. De dorpelingen zelf trokken het woud in. Maar een mens went aan alles. We werkten hard, filmden het dagelijkse leven en genoten van de uitzinnige blijdschap van die 300 gastvrije mensen bij elk doelpunt. En elke ochtend en avond vond ik in de hut een volle kom met water om me te wassen. 's Avonds zaten we bij kaarslicht na te genieten van een lange, hete werkdag. Mijn cameraman, een aimabele kerel, was een ervaren Afrika-reiziger.

"Bevalt het je wat?" vroeg hij.
"Ik ben heel tevreden met de opnamen," zei ik.
"Nee, ik bedoel met het leven hier, primitief en zonder sanitair en zo..."
"Oh ja. Ik ben de mensen zo dankbaar voor hun gastvrijheid. Maar euh, hoe was jij je eigenlijk?"
"Gewoon. Ik hang mijn kleren aan een tak die uit het dak steekt, ga naakt naast de wasteil op de vloer van aangestampte grond staan en geef mezelf een kattenwasje."
"Dan heb ik een betere methode bedacht," zei ik. "Ik was eerst mijn gezicht en bovenlichaam, ga dan in de kom staan zodat mijn voeten afkoelen en ik de rest van mijn lichaam een beurt kan geven zonder mijn voeten vuil te maken."
Zijn mond viel open. "Dat kun je niet maken, man."
Ik keek hem verbaasd aan.
"Dit dorp ligt op een hoogte, dus dat water komt hier niet vanzelf. Besef je dat?"
Nee, dat wist ik niet.
"Ik denk dat jij niet weet hoeveel moeite het kost om aan water te geraken. Als je de dorpelingen wilt bedanken voor hun gastvrijheid, gebruik dan één wasteil voor twee wasbeurten."

De volgende ochtend vroeg ik aan de dorpsoverste of we de watervoorziening mochten zien. Hij lachte. "Dat zijn jullie zorgen niet, jullie zijn onze gasten." Maar ik drong aan. Hij nam ons mee de heuvel af, langs een steil en grillig junglepad. "Daar beneden is het," zei hij. Onderweg kwamen we vrouwen en kinderen tegen, zeulend met emmers. Zelfs de kleinste kindjes klommen zuchtend met een plastieken kommetje naar boven. Iedereen lachte vriendelijk, ook de chef, maar ik was diep beschaamd. Na meer dan twintig minuten bereikten we een modderige beek, waar vrouwen kleren wasten. Speciaal voor ons, de blanke gasten, klauterde een groepje kinderen van hieruit een paar keer per dag de heuvel met emmertjes op en af om onze drie waskommen te vullen.

Dàt was mijn wake-up call. Ik ben daar niet alleen een stuk wijzer geworden, ik verwerkte de thematiek meteen ook in onze reportage. En ik ondervond aan den lijve wat niet-drinkbaar water kan teweeg brengen. Na een maand keerde ik terug met een zware maagontsteking, een darmontsteking en salmonella. Ook tijdens andere reizen in Afrika en Azië heb ik ettelijke darmaandoeningen opgelopen, telkens te wijten aan besmet water.

Sindsdien ben ik me heel erg bewust van de luxe waarin wij leven. Dat er zomaar water uit een kraan komt, is voor ons vanzelfsprekend maar voor honderden miljoenen mensen een verre droom. Dat je ervan kunt drinken zonder ziek te worden of dood te gaan is in andere continenten een utopie. Terwijl water net de bron van leven moet zijn. Daarom zijn de projecten van Protos zo belangrijk. Ze zijn meer dan een waterkans."

  - Martin Heylen