Ontwikkelingswerk onder druk

Een werf voor EcoSan-toiletten © Protos

BURUNDI – Enkele maanden geleden zorgden twee artikels uit de Burundese Grondwet voor spanningen tussen de regeringspartij en de oppositie. Het kwam tot onlusten en ontwikkelingswerk werd moeilijk.

Het gaat over:

  • Artikel 96: “De president wordt door rechtstreekse algemene verkiezingen verkozen voor een periode van 5 jaar, eenmaal verlengbaar”;
  • Artikel 302, Titel XV, bepalingen voor de post-transitie periode: “Uitzonderlijk wordt de eerste president van de republiek Burundi verkozen door het Parlement en de Senaat, die tezamen in een congres beslissen, met een meerderheid van twee derden van de leden.”

De oppositiepartijen en het maatschappelijk middenveld leidden hieruit af dat president Pierre Nkurunziza zijn mandaat moet neerleggen, terwijl de regeringspartij meent dat de president nog recht heeft op een mandaat.

Land in crisis

Op 25 april 2015 verklaart de regerende partij van de republiek Burundi dat Nkurunziza aangewezen wordt als presidentskandidaat voor 2015. Nochtans hadden het maatschappelijk middenveld en de oppositie al lang te kennen gegeven dat ze de kandidatuur niet zullen aanvaarden, aangezien de Burundese grondwet het presidentieel mandaat beperkt tot een periode van 2 keer 5 jaar, wat neerkomt op een legislatuur van 10 jaar.

Sinds deze officiële verklaring van president Nkurunziza en zijn partij, houden oppositie en burgers vreedzame betogingen en eisen ze dat de kandidatuur weer wordt ingetrokken. Er was sprake van twee bewegingen met eenzelfde doel: ‘Mouvement Arusha’ van de oppositiepartijen en ‘Campagne halte au 3ème mandat’ van het middenveld. Beide bewegingen kwamen op straat met een zelfde slogan: “Non au 3ème mandat!”

De politie gebruikte traangas en de demonstranten repliceerden met stenen. Aanvankelijk werd gedacht dat het allemaal niet zo lang zou duren, maar de situatie escaleerde en de demonstranten werden niet vrijgelaten.

Sociale gevolgen

De intense manifestaties hebben bijna 2 maanden geduurd, wat erg lang was voor de inwoners van sommige wijken, die niet konden gaan werken en dus geen eten op de plank konden brengen.

De handelaars in de hoofdstad Bujumbura konden hun winkels niet openen, handelaars in het binnenland konden zich niet komen bevoorraden in de hoofdstad… En de consumenten konden geen inkopen doen: ofwel omdat ze geen geld hadden (banken waren gesloten) ofwel omdat ze voor hun veiligheid vreesden. Inwoners uit steden en het platteland vluchtten naar de buurlanden. Volgens de 2e vice-president, eveneens op de vlucht, werd een verlies opgetekend van 26% tijdens deze twee maanden durende manifestatie. Het land heeft echt een zware beproeving doorgemaakt.

Gevolgen voor ontwikkelingswerk

Burundi heeft niet genoeg middelen om zijn eigen ontwikkeling te verzekeren. Het is sterk afhankelijk van internationale financiers en ngo’s. Als gevolg van de huidige situatie, en van de houding van de regering ten aanzien van de manifestanten, hebben sommige donoren een deel of het geheel van de middelen opgeschort en hebben ook een aantal NGO’s hun activiteiten in het land stopgezet.

Protos is een van de weinige ngo’s die nog actief bleef in de regio. De activiteiten werden niet geannuleerd, maar sommige programma’s hebben vertraging opgelopen. Normaal gezien is de maand mei goed gevuld, omdat het droge seizoen dan start, een gunstige periode voor ontwikkelingswerk met betrekking tot watervoorziening.

Tijdens de manifestaties zijn onze teams in Bugendana en Isale de begunstigden van de projecten blijven ondersteunen en coachen. De bouw van kleine EcoSan-toiletten duurde veel langer dan gepland, en de grote projecten zijn nog niet van start kunnen gaan.

De werken voor de waterleidingen in Isale die voorzien waren voor de maand mei, zullen misschien begin augustus kunnen starten. Als de veiligheidssituatie verbetert, zullen we de geplande activiteiten voor 2015 kunnen voltooien.

 

  • Artikel: Carinie Masumbuko (Protos Burundi)